logopedie Elingua
Wat is logopedie?

Logopedie is een toegepaste gedragswetenschap die zich focust op het intermenselijk communicatiegedrag. Logopedie concentreert zich in de praktijk op de behandeling van communicatiestoornissen die te maken hebben met taalvermogen, spraakvermogen, de stem, het gehoor en/of slikken.

Wat doet een logopedist?

Logopedisten stellen klinische diagnoses met betrekking tot spraakstoornissen (articulatieproblemen, stotteren, ...), stemstoornissen, taalstoornissen (ontwikkelingsstoornissen), leerstoornissen (dyslexie, dyscalculie), afasie, ….. en gehoorstoornissen.

Op basis van die diagnoses voeren zij vervolgens behandelingen uit, die ertoe leiden dat de stoornis ophoudt, vermindert of niet tot een handicap evolueert.

Naast behandeling geeft de logopedist ook adviezen en informatie. Hiermee begeleidt de logopedist ook de omgeving van mensen met spraak-, taal-, stem- en gehoorstoornissen.

De logopedist werkt vaak samen met andere deskundigen: een arts, een tandarts, een psycholoog, een leerkracht of een andere paramedicus. Uiteraard kan een stoornis in de communicatie ook verholpen of gunstig beïnvloed worden door bijvoorbeeld een medische, een tandheelkundige, een psychologische of een andere behandeling. Daarom juist blijft samenwerking tussen de verschillende deskundigen zo belangrijk.

Welke opleiding hebben logopedisten genoten?

Logopedisten zijn multidisciplinair opgeleid. Zij hebben kennis verworven op de meest diverse gebieden, zoals anatomie, fysiologie, neurologie, fysica, genetica, pedagogie, linguïstiek, ontwikkelings- en leerpsychologie, taal- en spraakontwikkeling, taal- en spraakstoornissen, ….

Wie behandelen we?

Jong en oud zijn het meest kwetsbaar voor taal-, spraak- en gehoorstoornissen, maar in de praktijk helpen logopedisten alle doelgroepen: baby’s, kinderen, volwassenen en senioren.

Hoe ziet het kabinet van een logopedist eruit?

In functie van een eventuele specialisatie, is een logopedist uitstekend uitgerust om stoornissen te diagnosticeren en te behandelen. Hiervoor hebben we aanzienlijk geïnvesteerd in professionele apparatuur en kwalitatieve testmethodes. In combinatie met de uitvoerige beroepskennis, is de logopedist daardoor de meest aangewezen expert voor de behandeling van communicatiestoornissen.


Kabinet
Hoe werken logopedisten?

Een professionele logopedische aanpak vertrekt bij een nauwkeurig onderzoek van de patiënt, op basis van een anamnesegesprek en testresultaten. In functie van de diagnose en na eventueel overleg met de voorschrijver stelt de logopedist een behandeling met therapieplan voor. Gedurende de behandelingsperiode evalueert de logopedist de progressie van de patiënt, rekening houdend met de parameters van het aanvangsbilan. Dit laat toe om het therapieplan, indien nodig, bij te sturen. Aan het eind van de behandeling worden de verschillende modaliteiten beoordeeld. Logopedisten werken in principe het hele jaar door en zijn dus geenszins gebonden aan de vakantieperiodes van de schoolgaande jeugd.

Welke stoornissen behandelen we in onze praktijk
ARTICULATIEPROBLEMEN

Jonge kinderen leren stap voor stap alle klanken. Een kind heeft pas een articulatiestoornis als het achterop blijft in zijn spraakontwikkeling.

Articulatiestoornissen worden onderverdeeld in:

  • Fonetische articulatiestoornissen: Eén of meerdere klanken kunnen niet juist uitgesproken worden. De motorische beweging wordt foutief uitgevoerd. vb. lispelen: De tong komt tussen de tanden (interdentaliteit) in plaats van achter de snijtanden. Vaak komen deze stoornissen voor samen met afwijkend mondgedrag (zie foutieve mondgewoonten).
  • Fonologische articulatiestoornissen: De spraakklanken kunnen wel correct uitgesproken worden maar ze worden binnen de taalcontext niet correct gebruikt. vb. De /t/ wordt in woorden steeds vervangen door de /k/, terwijl de /t/ wel correct gearticuleerd kan worden. Ze gaan dan naar /bek/ als ze naar ‘bed’ gaan.
  • Verbale ontwikkelingsdyspraxie: Dit is een spraakstoornis die te maken heeft met de beweging. De mond wil niet op de juiste manier bewegen. Het kind heeft problemen met het programmeren, afstemmen en controleren van de bewegingen die nodig zijn voor het spreken. Door deze stoornis zijn de klanken soms onherkenbaar of ze komen in het woord op de verkeerde plaats terecht. Ook andere activiteiten van de mond kunnen problemen geven zoals eten, drinken, blazen en zuigen.

TAALONTWIKKELINGSPROBLEMEN

Kinderen met taalstoornissen spreken opvallend anders dan leeftijdsgenootjes. Voorbeelden kunnen zijn:

  • nog (bijna) niet spreken
  • hardnekkige uitspraakproblemen hebben op fonologisch vlak (zie ook articulatieproblemen)
  • geen correcte zinnen kunnen opbouwen
  • meervouden/verkleinwoorden verkeerd blijven verbuigen of werkwoorden verkeerd blijven vervoegen
  • ernstige woordvindingsproblemen hebben
  • een beperktere woordenschat hebben
  • niet goed begrijpen wat er gezegd wordt
  • problemen hebben met de communicatie
Taalontwikkelingsproblemen
FOUTIEVE MONDGEWOONTEN

Een foutieve tongligging, tongpersen, open mondgedrag en duimzuigen noemen we oro-myofunctionele problemen. De afwijkende mondgewoonten hebben een negatieve invloed op de tandenstand, het spreken, het gehoor en de gezondheid, vooral wanneer deze foutieve mondgewoonten ook ’s nachts voorkomen. Regelmatig worden kinderen of volwassenen die orthodontie nodig hebben, doorverwezen om deze hardnekkige gewoonten af te leren. Het foutief slikgedrag en het habitueel mondademen komen vaak samen voor met het tussentands uitspreken van de klanken s, z, t, d, n, l.

Foutieve mondgewoonten
LEERPROBLEMEN

Bij een leerprobleem merken we dat de achterstand door extra oefeningen en logopedische begeleiding geleidelijk aan kan worden weggewerkt.

Bij een leerstoornis blijft het lezen, spelling en rekenen moeizaam verlopen door een gebrekkige automatisatie. Dit wordt gekenmerkt door:

  • Een ernstige achterstand
  • een hardnekkig en “didactisch resistent” probleem: er blijft dus een achterstand aanwezig, ook na intensieve therapie
  • Ede achterstand is niet volledig te verklaren door zaken zoals mindere begaafdheid, ziekte, anderstaligheid, kwaliteit van het onderwijs, emotionele problemen, ...

Met dyslexie bedoelt men hardnekkige tekorten op het vlak van leessnelheid en/of accuraatheid van lezen en/of op het gebied van het leren spellen. Daarnaast is er nog dyscalculie wat verwijst naar hardnekkige problemen met de automatisering van de tel- en rekenvaardigheden.
Leerproblemen